Zo ver het oosten is van het westen 

Ik keek weer op en zag een boekrol die door de lucht vloog. ‘Wat ziet u?’ vroeg hij. ‘Een vliegende boekrol!’ antwoordde ik. ‘Van ongeveer negen meter lang en vier en een halve meter breed.’ ‘Deze boekrol,’ zei hij, ‘bevat de woorden van Gods vervloeking die over het hele land gaan. Daarin staat dat iedereen die steelt of liegt, ter dood veroordeeld is.’ ‘Met deze vervloeking tref Ik het huis van iedere dief of van ieder die vals zweert bij mijn naam,’ zegt de HERE van de hemelse legers. ‘Mijn vloek zal op dat huis rusten en het volkomen vernietigen, met houtwerk, stenen en al.’

De engel die met mij sprak, kwam dichterbij en zei: ‘Kijk eens! Daar komt iets aanvliegen door de lucht!’ ‘Wat is het?’ vroeg ik. Hij antwoordde: ‘Het is een groot vat, gevuld met de zonden uit het hele land.’ Toen werd het loden deksel van het vat opgelicht en ik zag er een vrouw in zitten. De engel zei: ‘Zij stelt de goddeloosheid voor.’ Hij duwde haar terug in het vat en liet het zware deksel weer vallen. Toen zag ik twee vrouwen die naar ons toe vlogen, met vleugels als van een ooievaar. Zij pakten het grote vat op en vlogen hoog in de lucht ermee weg. ‘Waar brengen zij het vat naartoe?’ vroeg ik de engel. ‘Naar Babel,’ antwoordde hij. ‘Daar bouwen ze een huis voor de vrouw en als dat klaar is, zal ze daar op een voetstuk gezet worden.’
(Zacharia 5:1-11)

Wanneer hij verzoening heeft gedaan voor het Heilige der Heiligen, de hele tabernakel en het altaar, zal hij de levende bok nemen en zijn beide handen op zijn kop leggen en alle zonden van het volk Israël over hem belijden. Hij zal al hun zonden op de kop van de bok laden en daarna moet een man die daarvoor is aangewezen, de bok de woestijn inbrengen.
(Leviticus 126:21)

Zo ver het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.
(Psalm 103:12)

Daarom heeft ook Jezus, om door Zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de poort geleden.
(Hebreeën 13:12)

Zondag 5 oktober
Aanvang: 10.00 uur


Verse 1
The scroll declared my guilty name,
My secret sins, my open shame.
Yet You, O Lord, have borne my fate,
My Savior — You died outside the gate.

Chorus
As far as east is from the west,
You take my sin, You give me rest.
You bore the curse, You took my place,
My Jesus — You died outside the gate.

Verse 2
The scapegoat carried Israel’s blame,
A shadow of the cross You claimed.
You walked the path, alone, in pain,
To set me free, to break my chain.

Chorus
As far as east is from the west,
You take my sin, You give me rest.
You bore the curse, You took my place,
My Jesus — You died outside the gate.

Verse 3
Now at Your table, bread is torn,
Your body broken, love outpoured.
The cup we drink proclaims Your blood,
The covenant of endless good.

Chorus
As far as east is from the west,
You take my sin, You give me rest.
You bore the curse, You took my place,
My Jesus — You died outside the gate.

Bridge
Here at this feast, we taste Your grace,
United now before Your face.
No guilt remains, no fear, no hate,
For love has won outside the gate.

Final Chorus
As far as east is from the west,
You take my sin, You give me rest.
We share this bread, we lift this praise,
Remembering You outside the gate.

We remember You… outside the gate.