Jezus ging terug naar Galilea, vol van de kracht van de Heilige Geest. Het duurde niet lang of Hij was daar overal bekend. Hij sprak in de verschillende synagogen en stond bij iedereen hoog in aanzien.
Hij kwam ook in Nazareth, het dorp waar Hij zijn jeugd had doorgebracht. Op de sabbat (zaterdag, de Joodse rustdag) ging Hij naar de synagoge, dat was zo zijn gewoonte. Tijdens de dienst stond Hij op om voor te lezen. Men gaf Hem het boek van de profeet Jesaja en Hij zocht het gedeelte op waar staat:
‘De Geest van de Here rust op mij, omdat Hij mij heeft gezalfd tot brenger van goed nieuws aan arme mensen. Hij heeft mij gestuurd om uit te roepen dat gevangenen zullen worden vrijgelaten, dat blinden zullen zien, dat onderdrukten zullen worden bevrijd en dat de tijd van Gods genade is aangebroken.’
Hij deed het boek dicht, gaf het aan de dienaar en ging zitten. Alle ogen waren op Hem gericht. Hij begon: ‘Wat Ik u zojuist heb voorgelezen, is werkelijkheid geworden.
Zondag 1 februari 2026
Aanvang: 10.00 uur
Welkom!
De Geest des Heren rust op mij.
Hij gaf mij macht en heerschappij
om vreugd’ te brengen in de smart,
te troosten het verslagen hart.
Gevangenen, houd goede moed!
Er is bevrijding, overvloed.
Dit is het aangename jaar:
Gods majesteit wordt openbaar.
Kom, treur niet langer, wees verblijd!
Hij kroont u met Zijn heerlijkheid.
Hij geeft u vreugde_in plaats van rouw,
een lied aan wie bezwijken zou.
”Al wat verwoest is wordt hersteld”,
zegt God Die u op hoogten stelt.
U zult als priesters van de Heer
Zijn werk voltooien, tot Zijn eer.
”Ik zal vergoeden al uw leed,
Ik Die het onrecht niet vergeet.
Ik geef terug wat is ontroofd.
Kom, wees verblijd, richt op uw hoofd!”